stichting Eenvoudt

Onze missie

Stichting Eenvoudt heeft als doel het oude Fikkersterrein zo natuurlijk mogelijk te herinrichten. Voor het herinrichten wordt het terrein gesaneerd middels een leeflaag. Na het saneren en het herinrichten zullen paarden zorgen voor een natuurlijke begrazing van het gebied.

Contact

stichting Eenvoudt
T.a.v. Marije Duijts
Korte Groningerweg 39
9607 PS Foxhol
Telefoon: 06 28452829
E-mail adres: contact@stichtingeenvoudt.nl

 

Ontwikkeling stichting Eenvoudt

Na het broedseizoen van 2020 is er begonnen met het klepelen van het gebied. Dit voor het inmeten en om een totaaloverzicht te krijgen voor de herinrichting van het gebied.

Het kappen van de bestaande bomen is nodig geweest als voorbereiding op de aan te brengen leeflaag. De leeflaag zou de wortels van de bomen  belemmeren voldoende zuurstof uit de grond te halen waardoor uiteindelijk de bomen sterven.

Momenteel wordt er gewerkt aan het saneringsplan.

AANLEIDING

Stichting Eenvoudt is ontstaan uit de wens het oude Fikkers terrein te herinrichten naar een natuurlijk gebied voor paarden

Waarom het oude Fikkersterrein?

Het betreft een stuk zwaar verontreinigde grond en na het lezen van de dikke dossiers blijkt dat meerdere projecten zijn vast gelopen op deze zware verontreiniging in de bodem.Hecht deze verontreiniging zich aan een grassprietje, struik, kruid of boom voordat een paard hiervan eet? Dat is de vraag geweest waar in 2018 dit avontuur mee begon en van daaruit volgden nog vele vragen. Al met al hebben de antwoorden op deze vele vragen twee jaar geduurd. En zijn we in 2020 tot de conclusie gekomen dat het haalbaar is om het oude ‘Fikkersterrein’ te herinrichten naar een natuurlijk en veilig gebied voor paarden.

Elk stukje op aarde heeft zijn geschiedenis

In onderstaand artikel uit werftijding nummer 14, juni 2013, een uitgave van de Stichting Historische Scheepswerf Hoogezand-Sappemeer, wordt de wens uitgesproken dat er in de toekomst een goede bestemming wordt gevonden voor het voormalige werf terrein. De bestemming is gevonden en een stukje geschiedenis hoort daarbij.

Veel oudere mensen uit Hoogezand-Sappemeer, en zeker uit Foxhol, kennen de oude scheepswerf Fikkers. Het terrein ligt er nu troosteloos bij. De directeurswoning en het hellinggat herinneren aan betere tijden.

De familie Fikkers kwam rond 1770 uit SÖgel in Emsland (Niedersachsen) naar Groningen. In die tijd was het verkeer over de grens heel gemakkelijk. De Fikkersen waren kleermaker van beroep en vestigden zich in Kalkwijk (Lula). De scheepsbouwtraditie begon bij Derk Fikkers (1816-1888). Hij werd geen kleermaker, maar leerde een ander vak en werd scheepstimmerman. Zijn zoon Berend (1850-1933), ook scheepstimmerman. is ondernemender: hij koopt. samen met zijn schoonvader Johannes Kramer, rond 1870 de scheepswerf Drenth in Muntendam. Deze werf lag aan het Oude Verlaat/ Hellingwal en heeft tot in de jaren dertig van de vorige eeuw bestaan. Nu is er een theeschenkerij annex bamboekwekerij De ”Vlinderij” gevestigd. Aan de verbreding van het kanaal is de oorspronkelijke helling nog te herkennen.

Berend en zijn vrouw Helena gaan in het huis op het werfterrein wonen. Zij krijgen vijf kinderen, waarvan drie zoons: Theodorus (bijnaam Derk-1881), Jan (1883) en Bernard (bijnaam Billie-1890). Alle drie worden ze scheepsbouwer. Daar was indertijd geen opleiding voor; de jongens gingen na de lagere school op de werf meewerken en leerden zo het vak. Later namen zij de werf in Muntendam van Berend over. Tot ongeveer 1920 beheerden zij samen de scheepswerf Gebr. Fikkers in Muntendam.

De werf in Muntendam heeft een grote bloei gekend. Er zijn vele schepen gebouwd: eerst houten en later ijzeren schepen. Bijzonder waren de “Amsterdam” en de “Helenaveen”, in hun tijd twee zeer moderne coastertjes. Tussen 1915 en 1920 zijn de broers uit elkaar gegaan: Jan bleef op de oude werf in Muntendam, Bernard en Theo gingen naar Martenshoek. Het Winschoterdiep gaf meer mogelijkheden dan het Oude Verlaat in Muntendam. Weer later is Theo in Foxhol een eigen werf begonnen.

Rond 1925 bestaan er dus drie scheepswerven Fikkers. 

Rond 1905 is de werf in Muntendam overgegaan van de houten scheepsbouw naar ijzeren scheepsbouw. Het was een totaal  ander materiaal. Er moest van tekening worden gewerkt, de spantenvloer werd geïntroduceerd en er werd een veel grotere nauwkeurigheid vereist. De gebroeders Fikkers hebben de ijzeren scheepsbouw geleerd van scheepswerf Wortelboer in Oude Pekela. Dat schijnt geen gemakkelijke leerschool te zijn geweest. Het was midden in de winter en ijskoud. Het verhaal doet de ronde dat de jongens, vanwege de kou, bij Wortelboer in bed moesten slapen en dat ‘s-morgens eerst een gat in het ijs moest worden gemaakt om je te kunnen wassen.

In 1912 is de ijzeren tjalk “Confiance” op de werf in Muntendam gebouwd. Deze tjalk is 1972 gekocht door een kleinzoon van Theo. Jos Fikkers. Jos is nu scheepsmakelaar in Groningen. Hij heeft het schip gerestaureerd, omgedoopt tot “De Twee Gezusters” en er nog vele jaren op gewoond en mee gezeild.

Wanneer Theo de werf in Foxhol precies is begonnen is niet geheel duidelijk. Dat zal vermoedelijk rond 1920 zijn geweest. Eerder heeft hij, samen met zijn broer Bernhard, een werf in Martenshoek overgenomen. Dat heeft niet erg lang geduurd. Hij is wel altijd naast de werf in Martenshoek blijven wonen. In 1923 is in Foxhol het hellinggat voor de kanthelling gegraven. Dat hellinggat ligt er nog steeds.

Theo is getrouwd met Margarieta Vroom, een landbouwersdochter uit Oude Pekela. Hij heeft haar leren kennen tijdens zijn leerperiode op de werf van Wortelboer aldaar. Zij kregen negen kinderen, waarvan de drie oudste zoons: Bernard (1912), Bernardus (1913) en Leo (1917) ook weer in de scheepsbouw zijn gegaan. De Vrooms waren familie van de familie Vroom van de bekende firma Vroom en Dreesmann. Dat kwam goed uit, want toen Theo in 1923 de reparatiewerf in Foxhol was begonnen. heeft hij voor de financiering een beroep moeten doen op zijn schoonfamilie. Binnen de familie gaat het verhaal dat Theo en Margrieta (hoogzwanger van haar zesde kind) bij hun oom Jan Vroom aan de Herengracht in Amsterdam langs zijn geweest om financiële ondersteuning te regelen.

In de beginperiode van de werf in Foxhol werden vooral kleinere schepen voor de binnenvaart gebouwd: een enkele tjalk, steilstevens. een drietal luxe motors, een enkele logger of kotter. Vooral in de crisisjaren was de werf sterk afhankelijk van de scheepsreparatie.

Theo is op latere leeftijd blind geworden door staar. Staar was toen nog niet te genezen. Theo’s oogziekte zou veroorzaakt zijn door te lang en te vaak en zonder laskap in de lasboog te kijken. Het elektrisch lassen kwam vlak voor de oorlog op en in die tijd was nog niet duidelijk wat de gevolgen op de langere termijn konden zijn. Ondanks zijn blindheid bleef Theo tot op hoge leeftijd zonder hulp met zijn schouw het Winschoterdiep oversteken.

Theo heeft zich ook ingezet voor de scheepsbouw in Hoogezand in het algemeen. Hij was jarenlang secretaris van de “Scheepsbouwvereniging Hoogezand”. In 1950 is hij benoemd tot erelid van de vereniging.

Anders dan hun vader hebben de broers Bernard, Bernardus en Leo wel vervolgonderwijs genoten. Bernard en Bernardus gingen, samen met een aantal andere leeftijdgenoten. op kostschool in Noord Brabant. Daarna kwamen de jongens op de werf en werd de kennis van de scheepsbouw opgedaan in de praktijk en tijdens avondcursussen.

Bernard had op school een liefde voor de Franse taal ontwikkeld. Hij meende ook dat de kennis van die taal hem later als scheepsbouwer van pas zou komen. Hij heeft voor zichzelf een stageplaats geregeld op een scheepswerf in Frankrijk en vertrok op de fiets naar Parijs. In die tijd was dat een hele gebeurtenis. Hij bleef er een jaar en sprak bij terugkomst uitstekend Frans.

In 1938 werd het bedrijf een naamloze vennootschap en kreeg de naam N.V. Scheepsbouwbedrijf v.h. Th.J. Fikkers. In datzelfde jaar, dus kort voor de tweede wereldoorlog, hebben de zoons de werf overgenomen van hun vader.

In 1938 werd ook de eerste moderne coaster, de Safe, gebouwd. De Safe was geen gelukkig schip: op één van haar eerste reizen liep het op een mijn en verging het met man en muis.

De oorlog was een moeilijke periode. Theo trok zich steeds meer terug. Hij had er de leeftijd voor en zijn gezichtsvermogen nam steeds meer af. Het bedrijfsterrein werd te gevaarlijk. De bedrijfsleiding kwam nu volledig op de schouders van de zoons terecht. Belangrijk was het bedrijf gaande te houden en het personeel te behoeden voor te werkstelling in Duitsland. Tijdens de oorlog is de directiewoning bij de werf gebouwd.

Net als andere werven kende Scheepswerf v/h Th. J. Fikkers na de oorlog een periode van grote bloei. Er moest immers een geheel nieuwe handelsvloot worden opgebouwd. Deze bloeiperiode heeft geduurd tot midden jaren zestig. Mede door gebrek aan materialen verliep de start moeizaam. In het begin droeg de scheepsreparatie goed bij aan de omzet,later dreef de werf volledig op de nieuwbouw. Het ene schip na het andere liep van de helling.

De scheepsbouw langs het Winschoterdiep was in die tijd een belangrijke werkgever en droeg sterk bij aan de economie in de regio. Ik herinner mij de geweldige activiteit op de werven, het geluid van het klinken. de groei van de casco’s en ook het bijzondere van de tewaterlatingen. In die periode werden mooie schepen gebouwd. Een schip was niet alleen een economisch goed. Ook daarin was het vakmanschap van de Groninger scheepsbouwers te herkennen.

In de periode na de oorlog zijn op de werf in Foxhol zo’n dertig schepen gebouwd. voor het merendeel coasters. In de loop van de jaren werden deze schepen groter. In verband met de breedte van de Foxholsterbrug en de sluis in Waterhuizen was de grens bereikt bij ca. 1000 ton d.w.

Naast coasters zijn er Urker kotters. Mexicaanse hektrawlers, rondvaartboten, een grote zeesleepboot, pontons en twee zwavel-tanks met een plaatdikte van 25 mm.

Het contract voor “Campeche” voor Franse rekening heeft zeker te maken gehad met de fietstocht van Bernard naar Parijs. Een bijzonder schip dat bij Fikkers is gebouwd was de zeesleper “Cycloop” voor Bureau WijsmÜller in IJmuiden. De “Cycloop”. heeft aan veel reddingen en bergingen deelgenomen.

Eind jaren vijftig is de werf uitgebreid met een grote scheepsbouwloods. Deze investering is echter nooit volledig tot rendement gekomen. Het ontwerp voldeed onvoldoende aan de eisen voor de sectiebouw, die in de jaren zestig opkwam. Het was teveel een ontwerp van de jaren vijftig.

In dezelfde tijd werd ten behoeve van het verkeer over de Woldweg een dam gelegd in het oude Winschoterdiep. Voor scheepswerf Fikkers bleef de toegang tot het nieuwe Winschoterdiep het oude kanaal langs de Foxholsterbrug en  de Scholtensfabriek. De werf was daardoor afgesloten van de overige werven en van de nieuwe, verkorte verbinding met het Nieuwe Winschoterdiep. De bouw van grotere schepen was daardoor onmogelijk geworden en daarin zat de toekomst.

Begin jaren zeventig sloot Scheepsbouwbedrijf v/h Th. J. Fikkers. In een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden van 1974 staat als reden aangegeven: “de moeilijke tijden en een gebrek aan opvolgers”. Dat is zeker waar, maar een zeker zo belangrijke reden is de afsluiting door de dam. Het werfterrein is eind jaren zeventig overgenomen door de fa. Lodewijk Geveke. Het ziet er troosteloos uit. Hopelijk zal er in de toekomst een goede bestemming voor worden gevonden.

De werf van Jan in Muntendam is al voor de oorlog gesloten. De werf van Bernard in Martenshoek is in de jaren vijftig als Scheepsbouwmaatschappij Martenshoek nog korte tijd verder gegaan.

Contact